Reportage – Geen Monsters, Maar Mensen

“Ik heb al 24 jaar tbs”, vertelt Jacob* me zonder blikken of blozen, terwijl hij met een vlijmscherp mes aardappelen schilt. Jacob is een man van middelbare leeftijd, gekleed in een Ajax-kloffie. Hij is gek op koken, en vanavond mag hij het avondeten verzorgen voor zijn medepatiënten op de forensische zorgafdeling Forence in Deventer.

Verkeerd beeld

Hoe zie jij een forensische afdeling voor je? Ik dacht zelf aan een hermetisch afgesloten gebouw, omringd door torenhoge muren en hekken met roestig prikkeldraad. Natuurlijk is het geheel ook zwaar beveiligd. Je begrijpt mijn verbazing toen ik bij Forence een vrij toegankelijk terrein opkwam, zonder muren, hekken of beveiliging. Het was direct duidelijk dat ik, net als een groot deel van Nederland, een compleet verkeerd beeld had bij deze zorg. In vijf dagen tijd maak ik kennis met wat dit nou écht inhoudt.

Forence is een onderdeel van Stichting Transfore. Bij Transfore worden patiënten behandeld die mede door psychische problemen zich grensoverschrijdend hebben gedragen of dit dreigen te doen. Patiënten werken vanuit huis aan hun behandeling of vanuit de afdeling waar zij verblijven. Sommige patiënten zijn in aanraking geweest met justitie en zijn onder dwang in behandeling gegaan. Anderen hebben zich vrijwillig aangemeld.

Ochtenden bij Forence

Het is maandagochtend 9 uur als ik aanschuif bij het ochtendoverleg. Daar worden de gebeurtenissen van het weekend besproken. Een patiënt was op zaterdag jarig en heeft getrakteerd op frisdrank. Een andere bewoner gaat vandaag verhuizen. Tot slot is er vannacht een patiënt door zijn bed ‘gekrakt’. Verder is het weekend vrij kalmpjes verlopen.

De ochtenden in de kliniek verlopen ook vaak rustig, aangezien veel patiënten dan op het terrein aan het werk zijn. Het is dan ook muisstil op de afdeling. Het oogt op er allemaal erg ‘normaal’. Aan de turquoise muren hangen schilderijen die door patiënten zijn gemaakt. Als je niet weet dat je je op een forensische afdeling bevindt, dan zou je dat nooit raden. Er staat gewoon een bankstel, een TV met een Nintendo Wii en een computer waarop patiënten kunnen internetten.

De woonkamer van Forence

Vrijheid

Patiënten bij Forence hebben dan ook erg veel vrijheden. Om in aanmerking te komen voor een verblijf bij deze instelling moeten patiënten hebben laten zien dat ze verantwoordelijk met deze vrijheden om kunnen gaan. Zo kunnen ze werken aan hun verdere re-integratie in de samenleving. “Daardoor mogen ze gewoon meer,” vertelt Anne, een medewerker van de afdeling.

Zo doen patiënten bijvoorbeeld hun eigen boodschappen bij de PLUS, tussen de ‘normale’ mensen. Dat gaat eigenlijk altijd goed. “Onze patiënten hebben ontzettend veel te verliezen. Als ze de fout in gaan, dan gaan ze direct terug naar binnen.” Motivatie genoeg om niet de fout in te gaan, dus.

Toch gaat het af en toe mis, zoals bij de zaak Anne Faber. Dat is natuurlijk verschrikkelijk, maar hierdoor hebben mensen een enorm vertekend beeld van forensische zorg. Je hoort het alleen wanneer het fout gaat, maar de (vele) succesverhalen hoor je niet.

“Onze patiënten hebben ontzettend veel te verliezen. Als ze de fout in gaan, dan gaan ze direct terug naar binnen.”

Om half elf is er een koffiemomentje met een aantal medewerkers en patiënten. Ik heb direct aanspraak. Een patiënt biedt me een stroopwafel aan, en vraagt: “Wat is je naam?” Er wordt gepraat, gegrapt en gelachen. Ik heb tijdens de koffiepauze nog zeker drie keer een koek aangeboden gekregen.

Een schizofreen is nooit alleen

Rond half één is het lunchtijd. Er wordt samen gegeten. Eén patiënt, Tim*, biedt me een tomaat-kaas bolletje aan. “Ik denk dat jij dit ook wel lekker vindt, Daan.” Het was inderdaad niet te versmaden. We raken aan de praat.

Ik vraag hem hoe lang hij al bij Forence verblijft. Hij heeft al jarenlang tbs. “Ik ben op mijn zestiende schizofreen geworden. Inmiddels ben ik in de dertig.” Hij hoorde continu stemmen. “Een schizofreen is nooit alleen.” Door zijn psychische aandoening raakte hij vaak in de problemen. “Ik heb een keer thuis alle ramen kapotgeslagen na een ruzie met mijn ouders. Uiteindelijk heb ik iemand neergestoken, en toen kreeg ik tbs.”

Tegenwoordig gaat het goed met Tim. Met behulp van medicatie heeft hij zijn schizofrenie onder controle gekregen. “Ik hoop dat ik in de toekomst in de stad kan gaan wonen. Gewoon, een eigen plekkie waar ik mijn eigen gang kan gaan. Dat is mijn doel.”

Naderhand neemt Tim me mee naar de afdelings-computer. “Zal ik jou eens wat moois laten zien?” Tim houdt erg van gamen. “Toen ik jong was had ik Mortal Kombat. Ik heb nu een PSP.” Op YouTube bekijken we filmpjes van Terrordome, een vechtspel. “Dat is toch mooi, man.

Aan tafel

Tijdens het eten wordt er gepraat. Een patiënt vraagt of ik ook Dr. Phil kijk. “Daar komen soms rare dingen voorbij, joh!” Ik krijg van Wouter*, een andere patiënt, vriendelijk cola uit eigen voorraad aangeboden. “Ben jij de journalist?” Onder het genot van een glaasje fris bespreken we zijn dag. Hij heeft gewerkt bij de boekbinderij op het terrein. Wouter is welbespraakt en erg vriendelijk, maar heeft ook een tbs-maatregel. Een andere patiënt vertelt me dat hij vroeger ook graag journalist wilde worden.

“Kijk jij ook Dr. Phil? Daar komen soms rare dingen voorbij, joh!”

Uiteraard is het niet altijd rozengeur en maneschijn. Het zijn natuurlijk wel patiënten met psychische klachten. “Natuurlijk zitten we nu leuk samen koffie te drinken, maar confrontaties komen ook voor,” vertelt Douwe, een medewerker van Transfore. Je moet hier wel sterk in je schoenen staan.

Kantoor ForenceAfgebeeld: Douwe

Zo is er recent een patiënt overgeplaatst naar een andere instelling. Woensdagavond werd Forence gebeld. De patiënt in kwestie was in de nieuwe kliniek compleet door het lint gegaan. Hij schreeuwde dat hij ‘iedereen gaat neersteken en heel de boel in de fik gaat steken’. Hij heeft een IQ van 56, en heeft in zijn leven veel tegenslagen meegemaakt. Als het nu tegenzit, kan hij als het ware alleen maar op die manier reageren. “Zo kennen wij hem hier,” antwoordt Anne rustig door de telefoon.

Geen monsters

In onze samenleving worden tbs’ers vaak afgeschilderd als monsters die nooit meer daglicht zouden mogen zien, of als het even kan afgeschoten mogen worden. Tijdens mijn week bij Transfore heb ik gepraat, gelachen, gegeten en gedronken met verschillende tbs-patiënten. Ze kwamen op mij niet over als monsters, maar als mensen. Natuurlijk hebben ze niet voor niets een tbs-maatregel. Ze hebben allemaal delicten gepleegd. Dat kan absoluut niet goedgepraat worden en dat probeer ik ook niet te doen. Ik hoop vooral dat ik een gezonder beeld van de forensische zorg heb kunnen schetsen.

Voordat ik wegga, besluit ik Jacob nog even te helpen met koken. Op het menu staan karbonades met aardappelen en roergebakken spitskool met broccoli. Samen snijden we uien. Ik heb gehuild, Jacob niet.


*Wegens privacyoverwegingen zijn de namen van alle genoemde patiënten gefingeerd.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *